Bouwmeester

Oktober 2013 : gemeenteraadsverkiezingen. Patrick Janssens wordt verdreven uit het stadhuis van Antwerpen. Een nieuwe partij neemt de teugels van de macht in handen. Enkele weken gaan voorbij, geruchten circuleren en plotseling bevestigt de Antwerpse Bouwmeester zijn "ontslag".

Juli 2014 : Na de regionale en federale verkiezingen ontstaat er een nieuwe meerderheid in Vlaanderen. Nauwelijks geïnformeerd over dit nieuwe politieke elan, vernemen we dat de functie van de Bouwmeester in vraag gesteld wordt. De inkt van de aankondiging is nog niet droog en de vastgoedsector, bij monde van de BVS, verheugt zich over dit besluit en de vervanging ervan door een panel van vijf deskundigen. Een besluit dat het noodzakelijke evenwicht in de besluitvorming (sic) dixit afgevaardigd bestuurder van de BVS, Olivier Carette, zal toelaten.

Afgezien van het feit dat wij verwonderd zijn over deze uiting van tevredenheid, rijzen er een aantal vragen.

Naast die vragen en antwoorden die daarop door elke architect zullen gegeven worden, illustreert deze situatie opnieuw en helaas hoe vergankelijk verworvenheden kunnen zijn. Jarenlang hebben de architecten getracht om de politieke autoriteiten ervan te overtuigen dat “Architectuur” een term was die maatschappelijke, culturele, ecologische en humanistische waarden inhoudt en dat het essentieel was voor een Staat en een Deelstaat om deze term te benadrukken. Het was ook dringend nodig om kansen te geven aan jonge opkomende scheuten, om fatsoenlijke voorwaarden te scheppen om de talenten te belonen en de procedures te objectiveren. Diezelfde architecten, en we herinneren hier aan de belangrijke rol van Jo Crepain, hebben de politieke autoriteiten kunnen overtuigen van de betekenis en de noodzaak van een morele autoriteit, naar het voorbeeld van Nederland. Aldus ontstond de rol van Bouwmeester vijftien jaar geleden.

Deze keuze was doorslaggevend en de relevantie ervan werd ondertussen voldoende aangetoond. We konden de talrijke verworvenheden vaststellen. Kwaliteit kwam aan het licht, architectuur gaf een nieuwe betekenis aan het stedelijke, aan duurzaamheid, aan de sociale verwevenheid en dit tot in de meest afgelegen hoeken van Vlaanderen. Door een architectuur die de Bouwmeester liet bloeien, kreeg Vlaanderen uitstraling in het buitenland. Langzaam verbeterden ook de voorwaarden omtrent de architectuuropdracht.

Natuurlijk was alles niet perfect en kritiek, zoals die van sommige collega’s in de maand mei, was zeker op zijn plaats. Maar, tenslotte, is de balans na vijftien jaar niet eerder positief dan negatief ?

Laat ons dus een kritische analyse maken en iedereen ervan overtuigen dat het in vraag stellen van de functie van de Bouwmeester een vergissing zou betekenen.

Laat ons ook geen donderpreken houden want die zouden suggereren dat er onder de architecten meningsverschillen zouden bestaan, wat dan door sommigen te baat genomen zou worden om naar de oude praktijken terug te keren.

In deze context wensen wij de Bouwmeester, Peter Swinnen, te bedanken voor zijn uitnodiging van de maand juni – dus vóór de huidige discussie – om met de beroepsverenigingen op een open wijze te overleggen over zijn rol en functie.

Wij hopen dat dit debat de reflexie zal stimuleren zonder fundamenteel te raken aan de functie.

Ondertussen kunnen we ons slechts verheugen over het feit dat de Brusselse Regering in haar regeringsverklaring de rol en de functie van de Bouwmeester bevestigd heeft.

Laten we maar hopen dat dit Vlaanderen inspireert.